Schijnzelfstandigheid en de Wet DBA: wat betekent dit voor jouw corporatie?

De Belastingdienst kijkt vanaf 2025 en 2026 weer actief naar schijnzelfstandigheid. Dat raakt veel woningcorporaties die werken met zzp’ers en andere externen. In dit artikel zetten we in gewone taal op een rij wat er speelt en wat jij kunt doen.

Even terug naar de basis: wat is schijnzelfstandigheid?

Van schijnzelfstandigheid is sprake als iemand als zzp’er voor je werkt, maar feitelijk voldoet aan de kenmerken van een werknemer: jij bepaalt hoe, wanneer en onder welke omstandigheden het werk wordt gedaan, de zzp’er is ingebed in je organisatie en loopt weinig eigen ondernemersrisico. In zo’n geval hoort de Belastingdienst de relatie als dienstbetrekking te zien.

De Wet DBA (Deregulering beoordeling arbeidsrelaties) is het juridische kader waarbinnen de Belastingdienst beoordeelt of je iemand terecht als zelfstandige inhuurt.

Handhaving: wat is er veranderd?

Jarenlang gold er een handhavingsmoratorium: de Belastingdienst trad slechts beperkt op, vooral tegen “kwaadwillenden”. Dat is veranderd.

  • Per 1 januari 2025 is het moratorium opgeheven en gaat de Belastingdienst weer normaal handhaven op schijnzelfstandigheid.

  • 2025 fungeerde als overgangsjaar: bij onjuiste kwalificatie kon je wel een naheffing loonheffingen krijgen, maar nog geen boete; de focus lag op risicosectoren en gedwongen zelfstandigheid. 

  • Vanaf 2026 is handhaving volledig onderdeel van reguliere controles: aanwijzingen, naheffingen én boetes zijn weer mogelijk, afhankelijk van de ernst en of je aanwijzingen opvolgt. 

Kort gezegd: de regels zijn niet nieuw, maar de praktijk is dat de Belastingdienst weer echt doorpakt.

Nieuwe wet Vbar in de maak

Naast handhaving onder de huidige Wet DBA werkt het kabinet aan een nieuwe wet:
Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). 

De bedoeling van Vbar:

  • duidelijker vastleggen wanneer iemand werknemer is en wanneer zelfstandige;

  • het grijze gebied tussen loondienst en zzp verkleinen;

  • een rechtsvermoeden van werknemerschap introduceren voor zzp’ers onder een bepaald uurtarief (indicatief €36), zodat laagbetaalde zzp’ers makkelijker hun rechten als werknemer kunnen claimen.

Het wetsvoorstel ligt bij de Tweede Kamer en is nog niet in werking, maar de richting is helder: meer bescherming voor schijnzelfstandigen en meer duidelijkheid voor opdrachtgevers.

Waarom is dit relevant voor woningcorporaties?

Als corporatie werk je vaak met externen:

  • projectleiders, beleidsadviseurs, consultants;

  • ICT- en data-specialisten;

  • CISO’s, privacy officers, procesbegeleiders;

  • communicatie- en participatieprofessionals;

  • tijdelijke capaciteit in onderhoud, leefbaarheid, huurincasso, etc.

Een deel daarvan is in loondienst (via detachering of payroll), een deel werkt als zzp’er.

Juist bij kennis- en adviesfuncties ligt schijnzelfstandigheid op de loer:

  • de zzp’er werkt langdurig (bijv. 32–36 uur per week);

  • zit diep in je organisatie (MT-overleggen, functioneringsgesprekken, mandaat);

  • volgt jouw roosters, procedures en systemen alsof het een werknemer is;

  • heeft weinig eigen vrijheid om het werk zelf in te richten.

Als de Belastingdienst dat beoordeelt als dienstbetrekking, kan dat leiden tot:

  • naheffing loonheffingen en premies over meerdere jaren;

  • boetes (bij ernstige gevallen of het niet opvolgen van aanwijzingen);

  • correcties van pensioen- en werknemersverzekeringen;

  • discussies met de zzp’er over rechten achteraf.

Hoe beoordeel je zelf je arbeidsrelaties?

Je hoeft geen jurist te zijn om de eerste check te doen. Dit zijn praktische stappen.

1. Zet je externe inzet op een rij

  • Welke zzp’ers werken er bij je?

  • Hoe lang al, hoeveel uur per week, in welke rol?

  • Hoeveel eigen vrijheid hebben ze in de praktijk?

2. Gebruik de webmodule als indicatie

Het ministerie van SZW heeft de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie ontwikkeld: een online vragenlijst voor opdrachtgevers. De uitkomst geeft een indicatie of je iemand als zelfstandige kunt inhuren of dat loondienst meer voor de hand ligt.

Let op: de webmodule is géén wet, maar een hulpmiddel. Twijfel je na de uitkomst nog steeds, dan is extra advies verstandig.

3. Kijk naar de praktijk, niet alleen naar het contract

De Belastingdienst kijkt vooral naar hoe er feitelijk wordt gewerkt. Een “modelovereenkomst” helpt alleen als de praktijk daar ook echt bij aansluit.

Stel jezelf vragen als:

  • Heeft de zzp’er ruimte om het werk zelf in te richten?

  • Kan de zzp’er zich laten vervangen?

  • Loopt de zzp’er ondernemersrisico (bijvoorbeeld geen doorbetaling bij ziekte, eigen materialen, meerdere opdrachtgevers)?

  • Is de zzp’er echt tijdelijk, of structureel onderdeel van je formatie?

4. Corrigeer tijdig als het wringt

Kom je tot de conclusie dat de situatie meer lijkt op loondienst?

  • Pas dan je constructie aan (bijvoorbeeld via detachering of een arbeidsovereenkomst).

  • Leg vast per wanneer de nieuwe verhouding ingaat.

  • Documenteer dat je actief hebt gehandeld na signalen of aanwijzingen; dit weegt mee bij eventuele controles.

Veelvoorkomende risico’s bij schijnzelfstandigheid

We zien bij organisaties die met zzp’ers werken vaak dezelfde patronen terug:

  • Lange opdrachten (1–3 jaar) met hoog aantal uren per week.

  • Één opdrachtgever waar de zzp’er vrijwel fulltime werkt.

  • Sturing op gedrag en werktijden, vergelijkbaar met medewerkers.

  • Geen echte vervangingsmogelijkheid, alles draait om deze ene persoon.

  • “Groeien” in de organisatie: leidinggeven, beoordelen, functioneringsgesprekken voeren.

Op zichzelf zijn deze signalen niet beslissend, maar samen vergroten ze het risico dat de Belastingdienst de relatie als dienstbetrekking kwalificeert. 

Wat doet Corpo Mission hiermee?

Bij Corpo Mission vinden we het belangrijk dat jij rust hebt over je inhuur en dat zzp’ers echt als ondernemer kunnen werken. Daarom:

  • kijken we bij opdrachten niet alleen naar inhoud, maar ook naar de juiste contractvorm;

  • denken we mee over rol, duur, uren en inbedding van de zzp’er;

  • wijzen we je erop als we risico’s zien rond schijnzelfstandigheid;

  • bieden we alternatieven, zoals detachering of een (tijdelijke) dienstverbandconstructie, als dat beter past.

Ons uitgangspunt: liever een kloppende constructie dan achteraf gedoe met naheffingen en boetes.

Wat kun jij nu doen?

Wil je voorkomen dat schijnzelfstandigheid je verrast?

  1. Maak een overzicht van je huidige zzp-inhuur.

  2. Check de meest risicovolle situaties (langdurig, veel uren, sterk ingebed).

  3. Gebruik de webmodule als eerste indicatie.

  4. Laat kritische gevallen juridisch of fiscaal beoordelen.

En als je wilt sparren over je mix van zzp, detachering, payrolling en vaste medewerkers binnen jouw woningcorporatie, dan denken we graag met je mee – in duidelijke taal en met oog voor zowel huurders als de mensen die voor je werken.



    Download onze sollicitatiegids

    Download